dinsdag 14 november 2017

Olie Fantastisch (14/11)

Een nieuwe dag, een nieuwe morgen. Onze wekker begon al voor 5u te roffelen. 't Is te zeggen, rond die tijd was een bende bavianen aan het ravotten bovenop het dak van het gebouw waar onze kamer in ligt. Het zijn een tiental kamers op een rij in 1 langgerekte blok. Ik verdenk ze er zelfs van dat ze aan de deur hebben staan kloppen (volgens recensies op TripAdvisor zijn ze daartoe in staat, in de hoop binnen te komen en iets te eten weg te grabbelen).
Onze wandeltrip was bijna hetzelfde als gisteren maar dan andersom. Er was nog minder te zien. Enkel in het begin, wanneer we door de vlakbij gelegen woningblokken in kazernestijl van de gidsen en hun families lopen, zien we een groep wrattenzwijnen.
Daarna komen we nog maar weinig antilopen tegen en, alhoewel we wel veel olifantensporen zien, is het beest zelf nergens te bekennen.

Terug in het hotel eten we ons ontbijt en gaan daarna even rusten op onze kamer. Maar al snel komt Imma kloppen. Er zit een olifant vlakbij op de straat. We pakken onze spullen, Veerle springt achterop de brommer van een van de gidsen en inderdaad, in de verte staat een olifant met al een tiental mensen er vlakbij op de weg.
Tegen dat ik in de buurt kom verdwijnt hij tussen de struiken. Begeleid door een gids met geweer proberen we hem te vinden. Het zijn er twee en over een ervan hoor ik de gids verschillende keren zeggen dat we moeten voorzichtig zijn. 'He can charge any time'. Ze lopen verder tussen het struikgewas en we proberen er zicht op te krijgen wat niet zo eenvoudig is. Uiteindelijk lijkt het of ze de heuvel zijn afgedaald en we lopen, als enigen, een padje naar beneden dat naar een kampeerplaats leidt waar een Nederlands koppel staat dat vanmorgen de wandeling had meegedaan. We zetten ons er even bij en praten wat. Te lang. Wanneer we terug naar ons hotel gaan komen we Imma tegen. Hij had ons lopen zoeken. Een van de olifanten heeft vlakbij het hotel wel 20 minuten van een boom staan eten, op nog geen 5 meter van de rest van de hotelgasten. Tegen dat wij er zijn, zijn ze allebei verder naar beneden getrokken en zien we ze vanop het uitkijkpunt in de waterpoel liggen. Daar blijven ze toch een paar uren en hebben we er een mooi zicht op. Uiteindelijk trekken ze verder en zullen we ze niet meer zien.


Na de middag doen we nog een jeeptocht maar ook die valt wat tegen. We zien wel enkel mooie vogels: 2 soorten neushoornvogels, een arend en andere felgekleurde exemplaren waarvan ik de naam al vergeten ben.
Wanneer de zon onder gaat komt er wat wind opzetten. Hopelijk blijft het morgen droog.

maandag 13 november 2017

Mole park safari (13/11)

Olifanten. Van iedereen hebben we het al gehoord, in elke gids staat het geschreven: in Mole park zie je zeker olifanten. Behalve vandaag.
We beginnen met een wandeling naar de waterpoel die we van ons hotel kunnen zien liggen. We zijn met 5 man en een gewapende gids. Al snel zien we enkele antilopen (ik geef de Engelse namen, zoek zelf maar op wat het is): bushbuck (bushbok uitgesproken) en kob. Enkele patas monkeys haasten zich van ons weg. En mooie vogels.

De tocht duurt van 7u tot 9u maar heel veel krijgen we niet te zien. Tegen het eind wordt het al drukkend warm en zijn we blij dat we even kunnen rusten in onze frisse airco-kamer. Tegen de middag verplaatsen we ons naar het zwembad, met een biertje en een boek is het even genieten van de omgeving.
Rond de middag verschijnt in de bomen vlakbij een groep patas monkeys die vakkundig de gele bloemetjes van een ervan wegplukken en opeten. Dit gebeurt vlak voor onze neus, op nog geen 5 meter.

Een paar minuten later zien we verder weg, maar wel nog op het terrein van het hotel een groep bavianen. Ze liggen te soezen in de schaduw van wat bomen en ik kan ze tot op 2 meter naderen. Het is een familie van wel 20 apen, alleen moeders en kinderen denk ik, want de grootste exemplaren hebben allemaal een baby tussen hun poten hangen. We laten ze verder rusten en gaan zelf nog eens zwemmen.


Onze namiddagsafari is met de wagen, van 16u tot na zonsondergang en we zien weer geen olifanten. Wel weer heel wat antilopen: kob, bushbuck en waterbuck. En hier en daar een aap en baviaan. Ook enkele mooie vogels: felgekleurde bijeneters, een slangenarend en een horned vulture in een groot nest bovenin een baobab.


Later, wanneer we zitten te eten op het terras van het hotel komen er enkele wratten zwijnen op enkele meter afstand rondsnuffelen.

We hebben deze middag met Imma afgesproken dat we nog een dag langer willen blijven, dus morgen doen we nog een poging om olifanten te zien.

zondag 12 november 2017

Tamale en rust (12/11)

We rijden naar de markt in het centrum van Tamale maar omdat het zondag is, en nog vroeg, is er nog niet veel te zien. Langs de weg staan enkele stevige kerels een vrachtwagen met grote zakken bloem uit te laden. Ze zien mij een foto nemen en springen plots met zijn vieren naar mij toe en blokkeren mijn doorgang. 'No pictures', roept er ene dreigend. 'You have to delete it'. Wanneer ik mijn camera pak en doe alsof ik hun verzoek ga inwilligen, beginnen ze plots te lachen: 'Just joking'.

We lopen verder tot aan de grote moskee, waar ook niet zoveel aan te zien is: hij is leeg en gesloten. In de reisgids hadden we gelezen dat er op 10 minuten afstand een leerlooierij zou zijn. Imma vraagt rond naar waar de koeien zijn. Hij heeft het veeleer over levende koeien en we besluiten een driewiel-taxi te nemen. Alleen weet niemand, ook de chauffeur niet, waar de koeien zijn. Uiteindelijk, na veel overleg tussen de taxi-chauffeur en omstaanders, doet die eerste of hij de weg weet en vertrekken we dicht opeengepakt op de kleine achterbank, via een hobbelige route door de drukke straatjes richting zuiden.
We rijden voorbij een kleine slachterij waar enkele koeien en geiten hun gastronomische lot staan af te wachten. Een tiental minuten verder zien we tussen enkele hutten wat koeien staan, maar de chauffeur rijdt rondspeurend verder. Naarmate we de rand van de stad naderen zien we meer en meer traditionele gebouwen - telkens een viertal ronde lemen hutten met strooien dak die met mekaar verbonden zijn door lemen muren en zo een groter geheel met binnenpleintje vormen - tussen de modernere adobe of stenen huizen staan. Dan zitten we plots op een rode aarden weg, uit de stad, geen huizen meer, maar wel nog tussen de fietsers, brommers en stappers.
We vrezen dat onze taxichauffeur niet durft zeggen dat hij de weg niet kent en Imma vraagt hem om terug te keren, maar hij verzekert ons dat het niet ver meer is en inderdaad, wat verder, op een groot stuk open land zien we een hoop koeien staan. Ertussen staan twee groepjes van een drietal hutjes, volledig rond, volledig van gras, waar mensen bij staan. Aan het ene groepje hutten staan alleen vrouwen, moeders en dochters, in prachtig gekleurde lange rokken en behangen met armbanden en kettingen.
We lopen naar de andere hutten waar, uit een ervan, plots een zestal mannen - gewone kleding: broek en t-shirt - komen gedoken.

Imma en de taxichauffeur vragen toestemming en we mogen wat foto's trekken. Wat verder zit een vrouw een koe te melken in een wolk van vliegen. Dit zijn Fulani, de grootste etnische nomadengroep van Afrika - ze zijn verspreid over een gebied groter dan de USA en wikipedia weet er hier veel over te vertellen. Voor we vertrekken zien we dat Imma de chef van de groep wat geld in de hand stopt.
Onze taxi brengt ons terug naar het centrum, halverwege komen er nog 2 vrouwen bij, maar de kleine dreiwieler houdt het. De markt is al wat drukker geworden. We lopen er even door en het lijkt uiteindelijk wel op elke andere openluchtmarkt, alhoewel je hier veel meer vrouwen met spullen op het hoofd ziet rondlopen. De vlees-sectie stinkt even ranzig als overal.

De rit naar het Mole-park duurt 2 uren en is niet zo interessant. Vanop de brug over de Volta-rivier zien we hoe de was hier gedaan wordt.
We nemen een aflag richting westen en rijden door een eentonig groen landschap. Rond de middag komen we aan het Mole Park hotel, een van de twee hotels in het park, en er is gelukkig nog een kamer vrij. Nergens op deze tour is ons hotel op voorhand geboekt. Imma heeft telkens een alternatief voor als er ergens geen plaats zou zijn, maar dat is nooit het geval.
Dit wordt een namiddag relaxen aan het zwembad, met zicht op de dieren die we in de diepte aan een grote poel zien rondlummelen: bushbuck's, wrattenzwijnen en apen.
Morgen staan er twee tochten door het park op het menu. Het avondeten en de drank zijn hier op de poef en zullen pas bij vertrek worden betaald.

zaterdag 11 november 2017

Lange rit (11/11)

De rit naar Tamale, het meest noordelijke punt van deze reis, duurt 10u. Werd ons gisteren gezegd. Na 3 uren rijden stoppen we om iets te eten en vanaf hier zouden het nog 4 uren zijn. Afstand en tijd zijn hier relatief. Toen we iets eerder vroegen waar het restaurant was bleek 1 mijl in werkelijkheid nog 4 km te zijn.

Tot voor de middag was het landschap nog heel groen maar dit verandert langzaamaan in een Savannah landschap met minder bomen en al wat dorre grassen ertussen. De metershoge termietenheuvels die her en der roodbruin tussen het groen uitsteken hadden we ook nog niet eerder gezien.
Ook de dorpen en stadjes die we passeren worden kleiner en zeldzamer. Steeds meer moskeeën duiken op, alhoewel de uitnodigingen en wegwijzers naar christelijke gebedshuizen aanwezig blijven. Qua kleding wordt alles wat kleurrijker, vooral bij de vrouwen. Nog steeds zeulen ze naar her en der met enorme bundels op hun hoofd, gaande van de gebruikelijke koopwaar aan elke wegversperring of kamelenbulten (verkeersremmers) tot manden vol brandhout en hele boomstammen of grote tobbes tot aan de rand gevuld met water.

Meer naar het Noorden waar de dorpen kleiner worden, verminderen ook de straatstalletjes en verkopers (m/v). Alhoewel het evengoed jonge kerels  zijn die spullen verkopen zijn het toch vooral de vrouwen die de stalletjes en kraampjes bemannen (bevrouwen zou beter passen). Mannen zien we al eens onder de schaduw van een grote boom dammen of  gewoon hangen, vrouwen zijn altijd aan het werk. We zien er samen met hun dochters met grote bossen hout op het hoofd lopen en zien pas kilometers verder de eerste tekenen van een dorp en dit in een verzengende 38°C. Nog wat verder staan tientallen aan een bron/put grote bidons water te vullen om, ook weer op het hoofd, naar hun dorp te zeulen. Aan de ingang van datzelfde dorp zien we een enorm gebouw met opschrift Investment Bank. Die hebben hier nog werk te doen. Imma, onze chauffeur, wijst ons verschillende keren op vrouwen die met een brommer rijden. Hij vindt dit blijkbaar speciaal. Ik vind het zelf specialer dat ze met zulke gewichten rondzeulen.

Op een bepaald moment zien we donkere rookwolken aan de horizon en niet veel later rijden we door een brand. Lokale boeren steken het gras in brand om plaats te maken voor hun vee - koeien, geiten en schapen.

Vlak voor we de Black Volta-rivier oversteken bezoeken we een ciabatta fabriek. Althans dat verstond ik toch van Imma.
- 'Do you know ciabatta?'
Italiaans brood, was mijn eerste gedacht. Vreemd. In Ghana? 
Onwaarschijnlijk. Dus antwoord ik dat ik het niet ken.
- 'Ciabatta is a kind of cream you put on the skin.' 
Ok, toch geen brood dan.  
Pas wanneer we het terrein op rijden, uren later, zie ik het bord: 'shea nuts processing plant'. Natuurlijk: ciabatta = shea butter (uitgesproken op zijn Rihanna's). 
Het is een klein fabriekje waar ze shia-noten pletten en verwerken tot een olie (pasta wanneer afgekoeld) die als basisingrediënt dient voor hydraterende huidcrèmes.

Op hetzelfde terrein staat een andere barak waar een waterzuiveringsinstallatie staat. Hier worden de overal verkochte en heel goedkope waterzakjes gevuld met water dat rechtstreeks uit de rivier komt. Eerst gefilterd met zand uit Duitsland (de eigenaar is een Duitser) dan met actieve kool, vervolgens wordt chloor toegevoegd en zo worden vrachtwagens vol plastieken waterzakjes gevuld. We hebben er zelf nog niet van gedronken maar krijgen een volle zak mee van de manager, die toevallig een schoolvriend van Imma is. In ruil krijgt hij een watermeloen.

Wat later rijden we ook over de Witte Volta-rivier en komen dan aan in Tamale, de derde grootste stad van Ghana. Wat hier onmiddellijk opvalt zijn de krioelende brommertjes en fietsers en de vele moskeeën.
Om ons hotel te bereiken moeten we dwars door het centrum, wat uiteindelijk nog meevalt want de stad is toch wel wat kleiner dan Kumase. Het hotel ligt spijtig genoeg buiten het centrum en is, volgens Imma, veel te duur. En bovendien is het nogal aftands. Een wc die niet goed doortrekt, een douchekraan die langs alle kanten spuit, het hardste bed ooit, een bar zonder bier en een restaurant zonder eten. Maar wel een zwembad dat bij valavond door grote vleermuizen als drinkbak wordt gebruikt.
'What food do you have', hoor ik Imma vragen en wanneer het antwoord slechts 1 Ghanees gerecht is, foetert hij 'No, not good. Do you have white-man-food?'. 'Only plain white rice and chicken' is het antwoord. Wat later blijkt dat het restaurant zelfs niet open is. Gelukkig is er achter de hoek wel iets open.

vrijdag 10 november 2017

Ashanti (10/11)

De Ashanti zijn een trots maar bijgelovig volk dat al 400 jaar geleden het grootste deel van Ghana en een stuk van de buurlanden onder controle had. Aanvankelijk allemaal verschillende stammen maar om beter weerstand te kunnen bieden aan de Europeanen besloot een sluwe priester ze te verenigen. Een gouden stoel daalde neer vanuit de hemel, recht in de schoot van de nieuwe koning. De oude houten stoelen, die het teken van macht waren voor de afzonderlijk stamhoofden, werden verbrand en in de met aarde vermengde assen werd een zwaard gestoken dat Excalibur-gewijs door niemand kon verwijderd worden. Het zwaard is nu nog altijd te bezichtigen in een onopvallend gebouwtje naast het hospitaal. Volgens de gids heeft zelfs de grote Mohammed Ali het niet kunnen loskrijgen.

Veel bijgeloof dus. Zo geldt er bij de begrafenis van een koning of van zijn moeder - het is een matriarchale samenleving waar de afstammelingen van de vrouw de koning kiezen - een uitgaansverbod vanaf 6u 's avonds tot het uur van de begrafenis, waar iedereen die toch buiten wordt betrapt een kopje kleiner wordt gemaakt. En vluchten kan niet want de priester kan met enkele woorden mensen aan de grond nagelen. Zelfs onze chauffeur weet dit met veel overtuiging te vertellen. Dat kopje kleiner maken is trouwens heel populair. Vanuit de omliggende steden wordt er door elke plaatselijke chef een hoofd naar de koning gestuurd, volgens Imma tegenwoordig in het geniep omdat het officieel niet meer mag.
In het paleis van de Ashanti koning krijgen we in het museum een rondleiding met uitleg. Volgens een korte film is het 'een vredelievend volk want altijd paraat om de wapens op te nemen'. Hun meest aangehaalde wapenfeit is dan ook dat ze de koloniale Engelse bezetter, bij hun eerste treffen, verslagen hebben. Dat ze in een van de latere veldslagen met zijn allen zijn gaan lopen tot een zestigjarige vrouw dan maar het geweer opnam vinden ze dan weer geweldig van die vrouw.  Zowel toenmalige koning als die vrouw werden naar de Seychellen verbannen waar na 40 jaar alleen de koning van terugkeerde, zij het in gezelschap van een nog groter kwaad: hij had zich bekeerd tot het christendom. De kerk hier is een verhaal apart waarover later meer.

Het verkeer in de stad en op de toegangswegen is een heksenketel. Files zijn hier dagelijkse kost en het is dringen om mekaar overal voor te kruipen. Kruispunten worden zonder blozen geblokkeerd. Taxichauffeurs die even stoppen om mensen en waren in te laden worden enthousiast uitgescholden. Voetgangers moeten constant opzij springen om nergens onder te geraken. We zitten dan ook in de tweede grootste stad van het land: Kumasi.

Even terzijde toch even opmerken dat de tablet waar ik dit op schrijf toch wel waterbestendig lijkt te zijn. Wanneer ik van de stoel opsta waar ik het voorbije kwartier op zat ligt er een plasje water gevormd door het zweet dat van mijn lijf naar beneden gutst. Warm!

Maar we rijden dus verder de stad in. Of rond. Of door, want een echt centrum lijkt hier niet te zijn. Het is een aaneenschakeling van kraampjes en volgestouwde stoepen, van kleuren en geuren (de uitlaatgassen overheersen nogal), van geluiden en getoeter.

Het cultureel centrum is onze volgende stop en is niet direct herkenbaar. Alhoewel we door een poort binnen en buiten rijden wordt het terrein als een gewoon deel van de stad gebruikt. De gids van het kleine museum met spullen van de vorige koningen, gaat ons voor naar een paar andere gebouwen met weefgetouwen en een pottenbakkerij.

Normaal gingen we nu nog een markt bezoeken maar omdat we eerst iets willen eten, het is al half twee, brengt Imma ons helemaal buiten de stad naar een restaurant waar een Italiaan ons een lekkere pizza maakt. Omdat we nu te ver van de markt zijn, niet zozeer in afstand maar wel in tijd (de files!), en omdat Imma ons in een nabijgelegen dorpje nog wat weverijen wil laten zien, verlaten we de stad en komen een dik uur later aan in een dorpje volledig gewijd aan het weven van Kente, een soort langwerpige stroken stof waarin verschillende kleuren en motieven worden geweven om vervolgens die stroken aan mekaar te naaien tot een kleed of laken.

Op de terugweg kopen we een meloen die we aan de guesthouse opensnijden en half opeten, half weggeven. Gisteren hadden we al verse kokosnoot en heerlijke kleine bananen geproefd.

donderdag 9 november 2017

We zijn vertrokken (9/11)

Arnaud en Imma wachten ons op buiten de kleine luchthaven. Immigratie duurt zijn tijd maar na controle van gele-koorts-inenting, visum, paspoort  en de op het vliegtuig ingevulde formulieren, wisselen we al snel 500 euro om in 2000 cedi. 
We rijden naar het huis van Arnaud in Tema, de havenstad naast Accra, waar hij nog maar 3 dagen geleden met zijn vrouw Edna is ingetrokken. Er zijn nog niet veel meubels maar wij krijgen de master bedroom. Een dubbel bed waarboven een ventilator zeer welkome lucht naar beneden draait. Na het eten krijgen we de enige tafel en stoelen er ook nog bij.
De volgende ochtend vertrekken we van hieruit richting Kumase, de tweede grootste stad van het land en centrum van het Ashanti volk. Het eerste uur rijden we over de ringweg rond Accra tot we een afslag richting noorden nemen. Deze motorhighway is 2 rijvakken breed en druk, niet alleen auto's en roetbrakende vrachtwagens, overal lopen mensen. Koopwaar hoog op het hoofd of gezeten in stalletjes en onder primitieve afdakjes: iedereen leeft op deze weg en wordt daarbij niet in het minste ontzien door het voorbij razende verkeer. Na een half uur zien we in een flits achter ons, op een hoofdweg waarvan we net de oprit nemen, de slachtoffers van een ongeluk op de weg liggen. Gelukkig zijn er in de buurt van dorpskernen, die allemaal pal op deze weg lijken te liggen, de nodige verkeersdrempels en putten waardoor iedereen gedwongen wordt vaart te minderen. Die putten zijn er regelmatig, ook al betalen we meerdere keren tol. Geld dat naar het onderhoud van de weg zou moeten gaan. Zou moeten. Politiecontrole is er nog meer, waarbij het verkeer met min of meer geïmproviseerde wegversperringen wordt tegengehouden en soms vragen ze alleen maar, zonder gene, geld. Maar dikwijls liggen ze onder een afdakje gewoon een dutje te doen.

Het is een weelderig groen landschap waar we door rijden en rijden en rijden. Gelukkig regelmatig afgewisseld met dorpen en stadjes waar iedereen lijkt samen te komen om alles te verkopen wat er te krijgen is: groenten en fruit, brood, houten meubels, auto-onderdelen, bushmeat ( de karkassen van antilopen en grasscutters - zoek dit zelf maar op - en andere waar zelfs onze chauffeur de naam niet van kent. We stoppen even in de buurt van wat fruitkraampjes en een vijftal vrouwen komt naar ons toegelopen met schalen vol bananen, ananas en ander fruit. Een zak kleine maar zeer lekkere banaantjes kost 5 cedi. Een eind verder in een groter stadje is een markt bezig waardoor de weg die we moeten inslaan dicht zit. We kopen, drinken en eten er elk een verse kokosnoot.

Via een kleine omweg komen we aan een tussen de heuvels gelegen bergmeer - lake Bosomtwi -  net op het moment dat er een stortbui losbreekt. Dank u Veerle. Ze duurt niet lang en al snel kunnen we uit de auto maar worden direct in het vlakbij gelegen toerisme bureau gedwongen, waar we wat uitleg krijgen. Rond het meer liggen 22 dorpjes die we allemaal kunnen bezoeken, als we willen. Het dichtstbijzijnde is een uur wandelen maar aangezien we nog wat te rijden hebben besluiten we dit over te slaan.
Aan de oever van het ronde meer, dat miljoenen jaren geleden door een meteorietinslag gevormd werd, zien we de vissersnetten en boomstammen die als boot gebruikt worden. De zon komt er terug door en wanneer we willen vertrekken staat er een tiental jongeren rond de auto die ondertussen door een van hen is gekuist. Uiteraard vragen ze, en krijgen ze, geld van Imma.

We rijden verder tot vlakbij Kumase, een moeizame rit door het vele verkeer, waar we in een guesthouse op de universiteit voor Wetenschap en Technologie zullen overnachten.

Nog een leuke opmerking over de rit. Aan elke brug waar we over rijden horen we Imma toeteren, ook al is er geen ander verkeer te zien. Volgens zijn bijgeloof wonen er onder de brug geesten en waarschuwt hij de kinderen ervan die op de brug spelen.